(0345) 544 141 E-mail

Over de VMG

De Vereniging van Mortuariumbeheerders in de Gezondheidszorg (VMG) is de overkoepelende organisatie voor beheerders van mortuaria in ziekenhuizen en zorginstellingen. De VMG bevordert:

  • professionele postmortale zorg aan overleden patiënten en bewoners in zorginstellingen,
  • zorgvuldige informatievoorziening aan de nabestaanden van deze overledenen,
  • de goede naam en faam van de mortuariumbeheerders en de postmortale-zorgverleners in ziekenhuizen en zorginstellingen

De VMG is aangesloten bij de Stichting Klachteninstituut voor het Uitvaartwezen (SKU), is lid van de Adviesraad van de Stichting Keurmerk Uitvaartbranche en voert overleg met NVZ Vereniging van Ziekenhuizen, brancheorganisaties uitvaartzorg (o.a. BGNU en Nardus), overheden en andere relevante partijen.

Leden van de VMG

Functie van het mortuarium

De mortuariumbeheerder vervult een spilfunctie in de zorg na het overlijden in een zorginstelling:

Gedragscode
De VMG borgt de kwaliteit van de zorg van haar leden in een gedragscode met bijbehorende gedragsregels.

Afspraken over samenwerking in de keten
De spilfunctie van de mortuariumbeheerder vereist een zorgvuldige afstemming met het ziekenhuis waaraan hij verbonden is en met de uitvaartverzorger aan wie hij het lichaam van de overledene overdraagt. De bij de zorgverlening betrokken organisaties hebben afspraken gemaakt over de en wenselijke zorg voor overledenen en hoe zij daarin samenwerken.
Voor al uw vragen over dit proces, leest u verder op deze pagina.

Zorg voor nabestaanden
De mortuariumbeheerder richt zich na het verrichten van de ‘noodzakelijke handelingen’ in opdracht van het ziekenhuis op de wensen van nabestaanden. In opdracht van nabestaanden kan hij aanvullend wenselijke zorg verlenen en zal hij het lichaam overdragen aan de gekozen uitvaartverzorger.

Om nabestaanden te informeren is deze brochure ontwikkeld.

Documenten
Relevante algemene voorwaarden en formulieren vindt u hier op onze site.

Afspraken over zorg na overlijden
In het jaar 2000 hebben Ziekenhuizen, Mortuariumbeheerders en Uitvaartverzorgers afspraken gemaakt over hun rol in het proces en over hun onderlinge samenwerking. In die afspraken staan drie uitgangspunten centraal:

  • In opdracht van de nabestaanden:
    Mortuariumbeheerders en uitvaartverzorgers verrichten wenselijke zorg aan het lichaam van de overledene in opdracht van overledenen. Zij geven daarbij aan welke kosten daaraan zijn verbonden en dat die in rekening worden gebracht bij de nabestaanden. In het kader van transparantie zorgen zij dat nabestaanden een opdrachtformulier ondertekenen.
  • 3 uur termijn
    Om hygiënische redenen én ter conservering van het lichaam dient het lichaam uiterlijk drie uur na het tijdstip van overlijden gekoeld te worden. Deze 3-uurstermijn is vastgesteld door een wetenschappelijke commissie van specialisten en materiedeskundigen. De mortuariumbeheerder start dus met koelen drie uur na overlijden, ook als hij daartoe geen opdracht heeft ontvangen van de nabestaande. De kosten die hieraan verbonden zijn inclusief de verblijfskosten in het mortuarium komen voor rekening van de nabestaande.
  • Keuzevrijheid uitvaartondernemer
    Nabestaanden zijn vrij in de keuze van de uitvaartverzorger. Mortuariumbeheerders of medewerkers van zorginstellingen mogen daarin niet adviseren. VMG-leden die tevens uitvaartverzorger zijn acquireren niet actief opdrachten voor een uitvaart bij de nabestaanden.

VMG zet zich in voor het bevorderen van de goede naam en faam van mortuariumbeheerders

Vragen en antwoorden

Wat gebeurt er na overlijden in een zorginstelling?
Na het overlijden wordt het lichaam naar het mortuarium van het ziekenhuis gebracht. Het verplegend personeel of de mortuariumbeheerder verwijdert de eventuele medische hulpmiddelen (zoals infusen, katheters, stoma etc.) en verzorgt de eventuele wonden. Deze ‘noodzakelijke handelingen’ vergoedt de zorginstelling.
Verpleeghuizen en woonzorgcentra hebben meestal geen mortuarium. De overledene blijft op zijn kamer en de familie besluit waar hij naartoe zal worden gebracht. De verzorgende verricht de noodzakelijk handelingen (zoals hierboven omschreven) en de daaraan verbonden kosten komen voor rekening van de zorginstelling.
Daarnaast wordt gecontroleerd in het donorregister of de overledene organen of weefsels wilde doneren. Als dat het geval is worden nabestaanden om toestemming gevraagd. Dat geldt ook in het geval van obductie. De kosten die hiervoor worden gemaakt komen voor rekening van de zorginstelling.

Nabestaanden kunnen de mortuariumbeheerder of de verzorgende vragen om de overledene te wassen, te kleden, op te baren of rouwbezoek mogelijk te maken. Deze verrichtingen worden wenselijke zorg genoemd. Zij komen voor rekening van de nabestaanden.

De medewerkers van de zorginstelling overhandigen de eventuele persoonlijke bezittingen aan de nabestaanden of aan hun uitvaartverzorger. Zij informeren nabestaanden over de verdere gang van zaken.

Nabestaanden zijn altijd vrij in hun keuze voor een uitvaartverzorger; de mortuariumbeheerder en medewerkers van de zorginstelling mogen hierover niet adviseren! Indien het mortuarium wordt beheerd door een uitvaartondernemer mag deze niet actief acquireren voor de opdracht voor het verzorgen van de uitvaart.

Wat zijn ‘noodzakelijke handelingen’?
Noodzakelijke handelingen die de zorginstelling meteen na overlijden moet (laten) uitvoeren zijn vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA). Zij omvatten:

  • De schouw;
  • Invullen Verklaring van Overlijden (juridisch) en B-formulier (ten behoeve van het CBS);
  • Een laatste gesprek door de behandelend arts met de nabestaanden waarin toestemming wordt gevraagd voor donatie en/of obductie;
  • Raadplegen donorregister en invullen donatieformulier (ook indien geen donatie);
  • Het gereed maken van de overledene door de verpleging zodat er door de nabestaanden op een respectvolle manier afscheid genomen kan worden / voor een laatste bezoek op de afdeling door de nabestaanden. Dit houdt in, het voorlopig sluiten van de ogen en de mond, het verwijderen van bloed en braaksel, het inbrengen van de gebitsprothese, katheterzak verwijderen en het loskoppelen van apparatuur;
  • Nabestaanden informeren over de gang van zaken. Indien gewenst kunnen de nabestaanden aanwezig zijn of helpen met de laatste verzorging van de overledene;
  • Nabestaanden op de afdeling de gelegenheid geven afscheid te nemen;
  • Persoonlijke bezittingen overdragen aan de nabestaanden;
  • Identificatiemateriaal op het lichaam van de overledene aanbrengen (b.v. patiëntensticker, polsbandje);
  • Overledene gereed maken voor verder transport;
  • Overledene overbrengen naar daarvoor bestemde ruimte (mortuarium);
  • Infuuslijnen verwijderen;
  • Katheter en stoma verwijderen;
  • Openingen en incisies sluiten;
  • Bij donatie:
    • z.s.m. koelen
    • Identificatie lichaam voor donatie
    • Uitname weefsels en organen
    • Afplakken donatiewonden
    • Minimaliseren donatiesporen
  • Bij obductie:
    • z.s.m. koelen
    • Identificatie lichaam voor obductie
    • Uitvoeren obductie volgens aanvraag
    • Afplakken obductiewonden
    • Minimaliseren obductiesporen
  • Vrijgeven lichaam

Wie betaalt het verblijf in het mortuarium bij obductie of donatie?
Bij een langer verblijf in het mortuarium door obductie (op verzoek van de arts) of donatie van organen of weefsels worden de langere verblijfstijd en de kosten voor koeling van het lichaam en verblijf in het mortuarium in rekening gebracht bij de zorginstelling.

Wat is ‘wenselijke zorg’?
Wenselijke zorg wordt verleend in opdracht van nabestaanden en is ook voor hun rekening. Wenselijke zorg omvat onder meer de volgende handelingen:

  • Het gebruiken van de mortuariumfaciliteiten door de rouwvervoerder, de uitvaartondernemer en/of de familie voor de zorg aan de overledene.
  • Het wassen van de overledene;
  • Haarverzorging evt. uitgebreid met specifieke wensen als knippen, krullen, watergolven, verven of verplaatsen;
  • Scheren;
  • Verzorging handen en nagels;
  • Lichte balseming (thanatopraxie)
  • Kleden;
  • Het verwijderen van een geïmplanteerd medisch hulpmiddel zoals een pacemaker, ICD of medicijnpomp;
  • Opbaren en faciliteren rouwbezoek;
  • Faciliteren rituele wassing, etc.

Wie verzorgt de overledene?
Nabestaanden bepalen wie de zorg verleent aan de overledene. Zij kunnen die zorg zelf verlenen of laten uitvoeren door medewerkers van het verpleeghuis of het mortuarium of door de uitvaartverzorger die zij hebben gekozen.

Helpt het meehelpen bij de laatste zorg om het verlies te verwerken?
Uit onderzoek over omgaan met verlies na een overlijden blijkt dat een heel belangrijke eerste fase bij het rouwen is om te beseffen dat de dierbare werkelijk overleden is. Daarom helpt het – zeker bij een onverwacht overlijden – om de overledene nog te zien. Dit geldt ook als er maar een (klein) gedeelte van de overledene herkenbaar is. Maar ook na een lang ziekbed kan het goed voor de rouwverwerking zijn om de overledene nog één keer (samen) te wassen en kleden.
De uitvaartverzorger of mortuariumbeheerder heeft een belangrijke taak om de nabestaanden hierin te begeleiden en te ondersteunen in het verdriet.
Voor meer informatie: Landelijk Steunpunt Verlies.

Binnen welke termijn moet de zorg plaatsvinden?
Dat beslissen de nabestaanden. De mortuariumbeheerder moet echter binnen drie uur beginnen met het koelen van het lichaam van de overledene, ook als nabestaanden daartoe geen opdracht hebben verleend.

Worden kosten in rekening gebracht bij verblijf in het mortuarium?
Uit hygiënische redenen én ter conservering van het lichaam dient het lichaam namelijk drie uur na het tijdstip van overlijden gekoeld te worden. Om die reden hoeft de mortuariumbeheerder geen expliciete opdracht te hebben van de nabestaanden. Deze 3 uurs termijn is vastgesteld een wetenschappelijke commissie van specialisten en materiedeskundigen.

Als nabestaanden opdracht geven om het lichaam van de overledene op te halen bij het mortuarium binnen drie uur na overlijden, dan worden geen kosten in rekening gebracht. Doen zij dat niet, dan komen de kosten voor het vereiste koelen vanaf drie uur na overlijden en het verblijf in het mortuarium voor hun rekening.

Als nabestaanden de mortuariumbeheerder opdracht geven tot wenselijke zorg, dan komt deze altijd voor hun rekening.

Waar komt de ‘3-uurstermijn’ vandaan?
Om hygiënische redenen én ter vonservering van het lichaam dient het lichaam uiterlijk drie uur na het tijdstip van overlijden gekoeld te worden. Deze 3-uurstermijn is vastgesteld door een wetenschappelijke commissie van specialisten en materiedeskundigen. De mortuariumbeheerder start dus met koelen drie uur na overlijden, ook als hij daartoe geen opdracht heeft ontvangen van de nabestaande. De kosten die hieraan verbonden zijn inclusief de verblijfskosten in het mortuarium komen voor rekening van de nabestaande.

Geen opdracht, maar toch een factuur van de mortuariumbeheerder?
Het lichaam van een overledene moet vanwege hygiënische redenen én ter conservering van het lichaam gekoeld worden vanaf drie uur na tijdstip overlijden. Deze 3 uurs termijn is vastgesteld door pathologen en materiedeskundigen van orgaandonatie. Deze koelingskosten komen voor rekening van de nabestaanden zonder dat daarvoor een specifieke opdracht is gegeven door nabestaanden. In de meeste gevallen worden deze kosten verrekend via de uitvaartverzorger die nabestaanden gekozen hebben.

Wie geeft opdracht voor het verzorgen van de overledene?
De zorginstelling geeft de mortuariumbeheerder opdracht de noodzakelijke handelingen uit te voeren. De hieraan verbonden kosten komen voor rekening van de zorginstelling.
Na het verblijf van meer dan drie uur na overlijden in het mortuarium, wordt het koelen van het lichaam noodzakelijk (om hygiënische redenen én ter conservering van het lichaam) en de kosten daarvan komen voor rekening van de nabestaanden zonder dat daarvoor een opdracht van de nabestaanden nodig is.

Vervolgens bepalen de nabestaanden wie de overledene verder verzorgt. Deze wenselijke zorg kan worden verricht door de uitvaartverzorger, de mortuariumbeheerder of de verzorgende in wooncentrum of verpleeghuis. De nabestaanden geven hiervoor expliciet opdracht.

Zijn de nabestaanden vrij in hun keuze voor een uitvaartondernemer?
Nabestaanden bepalen wie de zorg na overlijden verleent en zijn altijd vrij zijn in hun keuze voor een uitvaartondernemer. Mortuariumbeheerder en medewerkers van een zorginstelling mogen een lijst met uitvaartondernemingen in de regio overhandigen, maar zij mogen hierover niet adviseren. Indien het mortuarium wordt beheerd door een uitvaartondernemer mag deze niet vragen om de opdracht voor het verzorgen van de uitvaart.

Hoe verloopt het bij een ongeval of misdrijf waarbij de politie de overledene naar het (ziekenhuis) mortuarium heeft gebracht?
De politie geeft opdracht om het lichaam naar een forensisch mortuarium te brengen. Daar wordt onderzocht wat de doodsoorzaak is. In het geval van een misdrijf of ongeluk spreken we over een niet-natuurlijke dood. De officier van justitie moet eerst een zogenaamde verklaring van geen bezwaar afgeven, voor het lichaam verzorgd mag worden en de nabestaanden de overledene kunnen bezoeken.
De mortuariumbeheerder factureert de kosten – gemaakt tot aan het moment van vrijgeven van het stoffelijke overschot – aan de politie of gemeente. Kosten die na afgifte van de verklaring van geen bezwaar door de Officier van Justitie gemaakt worden, komen voor rekening van de nabestaanden. Bij vervoer naar het Nederlands Forensisch Instituut worden de kosten voor het retourtransport vergoed door de politie.
Zodra het lichaam is vrijgegeven, geldt de gebruikelijke procedure. Bij een thuisopbaring kan het lichaam van de overledene meteen naar huis worden overgebracht en daar worden verzorgd. De nabestaande kan ook kiezen voor verzorging, opbaren in een uitvaartcentrum van zijn keuze.

Hoe verloopt het als een overledene gevonden wordt en op verzoek van de politie naar een mortuarium wordt gebracht?
Een arts (lijkschouwer) onderzoekt de doodsoorzaak. Gaat het om een natuurlijk overlijden dan mogen nabestaanden direct bij de overledene en deze in overleg met de mortuariumbeheerder en of uitvaartverzorger laten verzorgen, overbrengen (bijvoorbeeld naar huis of een rouwcentrum) en opbaren. De kosten van de overbrenging naar het mortuarium en het verblijf daar zijn voor rekening van de nabestaanden.
Gaat het om een niet-natuurlijk overlijden dan mag er pas gehandeld worden nadat de verklaring van geen bezwaar is afgegeven door de Officier van Justitie. De mortuariumbeheerder factureert de kosten aan de politie: hij treedt als zaakwaarnemer op. Zodra het lichaam is vrijgegeven, is de nabestaande verantwoordelijk voor het stoffelijk overschot en geldt de procedure zoals hierboven omschreven.
Indien een stoffelijk overschot naar het Nederlands Forensisch Instituut wordt overgebracht dan komen de transportkosten, vice versa, voor rekening van de politie.
Zie voor meer informatie het overzicht kostenverdeling op de website van VNG.

Belangrijke documenten


Informatie

voor nabestaanden


Algemene voorwaarden
VMG

Gedragscode
en – regels
VMG

Model
opdrachtformulier
wenselijke zorg


Model
overdrachtformulier

Voorbeeld
algemene voorwaarden
ziekenhuis

NIEUWS

PERSBERICHT                                                                         

Heldere procedures mortuarium beschermen nabestaanden

Geldermalsen, 5 april 2018

De Vereniging van Mortuariumbeheerders in de Gezondheidszorg (VMG) heeft alle procedures rond de zorg tussen overlijden in het ziekenhuis en uitvaartverzorging geëvalueerd en in heldere regels en protocollen vastgelegd. De verduidelijking van regels en procedures maakt de rolverdeling tussen het ziekenhuis, het aan het ziekenhuis verbonden mortuariumbeheerder en de uitvaartverzorger transparant. Dit voorkomt dat nabestaanden pijnlijk verrast kunnen worden door de taakverdeling van partijen of door kosten die zij in rekening brengen.

“De regels, procedures en onderliggende principes zijn niet nieuw”, zegt Joris Huizinga, voorzitter van de VMG. “Maar in de praktijk verschilde soms de interpretatie of werden ze losjes toegepast. Met name in de verhouding tussen mortuariumbeheerder en uitvaartverzorgers, gaf dat weleens frictie. De aanscherping die we nu doorvoeren moet die frictie voorkomen en vooral zorgen dat nabestaanden daar geen last van ondervinden.”

De afgelopen jaren hebben zulke fricties enkele conflicten veroorzaakt. Het zijn incidenten, maar zij zijn voor nabestaanden uiterst pijnlijk en hebben tot Kamervragen geleid. De VMG heeft daarop evaluatie en herformulering van regels en procedures aangekondigd, die is uitgevoerd in overleg met de branchevereniging van keurmerkuitvaartverzorgers BGNU. Het resultaat is inmiddels gecommuniceerd aan het betrokken ministerie van Volksgezondheid.

Gedragsregels vastgelegd
Mortuariumbeheerders zijn specialisten in het bewaren en in goede conditie houden of brengen van de lichamen van overledenen. Onmiddellijk na overlijden verrichten zij in opdracht van het ziekenhuis alle noodzakelijke handelingen, zoals verwijderen van infuuslijnen of katheters, hechten van (incisie)wonden of voorbereiden op donatie of obductie. Zij zijn verplicht vanaf uiterlijk drie uur na overlijden het lichaam te koelen op kosten van nabestaanden of hun uitvaartverzorger, ongeacht of zij daar opdracht voor hebben ontvangen. Daarnaast kunnen zij uitsluitend in opdracht van nabestaanden wenselijke zorg verlenen, zoals verzorgen en kleden, coifferen van de overledene en het faciliteren van een (rituele) wassing, al dan niet samen met nabestaanden.

Om in eigen kring elk misverstand over regels en procedures weg te nemen, heeft de VMG haar bestaande gedragscode uitgewerkt in een aantal gedragsregels. Die schrijven onder meer voor dat opdrachten van nabestaanden of hun uitvaartverzorgers altijd worden vastgelegd in een ondertekend formulier, waarbij vooraf wordt aangegeven wat de kosten zijn. In overleg met de ziekenhuizen worden de algemene voorwaarden van ziekenhuizen en beheerders en informatie op hun websites waar nodig aangepast. Een nieuwe brochure voor nabestaanden legt uit hoe rollen, taken en kosten zijn verdeeld en welke keuzevrijheid zij daarbij hebben.

Keuze aan nabestaanden
In de gedragsregels is opgenomen dat mortuariumbeheerders die ook uitvaartdiensten leveren in hun contacten met nabestaanden de keuzevrijheid aan de orde stellen en expliciet verwijzen naar alternatieve mogelijkheden van uitvaartzorg in de regio. Daarmee wordt een potentiële twistappel tussen marktpartijen expliciet geadresseerd en een gelijk speelveld bevorderd.

Overigens benadrukt voorzitter Huizinga dat de postmortale zorg in bijna alle gevallen probleemloos verloopt en vloeiend overgaat in uitvaartzorg. “De wenselijke zorg na overlijden is opgenomen in veel naturaverzekeringen en in andere gevallen neemt de verzorger van de uitvaart die als voorschotpost op de uitvaartnota voor zijn rekening. Nabestaanden hebben zo één aanspreekpunt dat de zorg en de facturering daarvan coördineert.”

Voor meer informatie:
Hein Haenen, contactpersoon namens de VMG, 06 83984686, hhaenen@xs4all.nl

*********
Digitale bijlagen:
Brochure voor nabestaanden: http://verenigingvanmortuariumbeheerders.nl/#documenten
Gedragscode en -regels VMG: http://verenigingvanmortuariumbeheerders.nl/#documenten

*********
Over de VMG
De Vereniging van Mortuariumbeheerders in de Gezondheidszorg staat borg voor de kwaliteit en professionaliteit van de zorg na overlijden in zorginstellingen. Zij vertegenwoordigt de beroepsgroep in overleg met NVZ Vereniging van Ziekenhuizen, brancheorganisaties uitvaartzorg (o.a. BGNU en Nardus), overheden en andere relevante partijen. Lid van de VMG zijn bijna alle zelfstandige mortuariumbeheerders die aan algemene en academische ziekenhuizen zijn verbonden. De ziekenhuizen zijn hun primaire opdrachtgevers. Daarnaast kunnen zij in opdracht van nabestaanden wenselijke zorg verlenen in voorbereiding op opbaren en uitvaart. De VMG is aangesloten bij de Stichting Klachteninstituut voor het Uitvaartwezen (SKU). Zij is lid van de Adviesraad van de Stichting Keurmerk Uitvaartbranche.

Kamervragen november 2017

Naar aanleiding van de uitzending van Kassa ‘Nabestaanden dupe van niet-transparante uitvaartondernemers’ (op 4 november 2017) stelde Kamerlid Van den Berg-Jansen (CDA) vragen aan minister voor Medische Zorg en Sport, Bruno Bruins.
De antwoorden kunt u hier downloaden.


Brief aan minister

Op 1 juni 2016 hebben BGNU en de VMG een gezamenlijke brief gestuurd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Aanleiding hiervoor waren de vragen die Tweede Kamerlid mevrouw drs. H. Bruins Slot heeft gesteld.

Downloaden brief
Downloaden bijlage

VMG / BGNU Overleg

Op 7 april 2016 hebben de besturen van de VMG en de BGNU met elkaar gesproken over het onderwerp mortuariumkosten. Dit naar aanleiding van enkele aanbevelingen, die uit een uitzending van het TV-programma KASSA aandacht verdienden.

Tijdens dit overleg zijn de volgende afspraken gemaakt:

  • Alle schriftelijke informatie zal worden beoordeeld en waar nodig herzien, zodat belangstellenden nog beter geïnformeerd kunnen worden.
  • De site van de VMG wordt herzien – betere informatie voor iedere belangstellende;
  • Informatiemateriaal voor nabestaanden en zorginstellingen wordt herzien en nog beter leesbaar/toegankelijk gemaakt.
  • Gedragscode van de VMG wordt herzien (BGNU is gevraagd om hieraan mee te werken)
  • VMG gaat aanbevelingen doen aan NVZ m.b.t. voorwaarden, verstrekking informatie(boekjes)
  • Leden van de VMG worden waar nodig aangesproken op incorrect gedrag t.a.v. Gedragscode en Algemene voorwaarden;
  • Leden van de VMG wordt gevraagd duidelijk en tijdig te communiceren over tarieven en afgiftetijden.

Alle informatie inclusief deze brief is voor iedere betrokkene beschikbaar en kan/mag worden gedeeld middels (bijvoorbeeld) websites van ziekenhuizen, mortuariumbeheerders en uitvaartverzorgers.

Contact

Heeft u vragen, dan kunt u altijd contact met ons opnemen. Onderstaand treft u aan hoe u ons kunt bereiken. U kunt ook het contactformulier invullen.

Secretariaat VMG

p/a Postbus 335
4190 CH Geldermalsen
T (0345) 54 41 41
E info@verenigingvanmortuariumbeheerders.nl

Contactformulier